(0001)   Leave a comment

Namen  Natuurlijk  (!)

 

Een degelijke inleiding op het etymologiseren van geografise namen (- voor plaatsen , rivieren , bergen , &c. -) ontbreekt algeheel.

We  mogen  de  heren  G.  van  Berkel  en  K.  Samplonius  dankbaar  zijn  voor  hun  “bijeen-geharkte”  materiaal  waaruit  zij  hun  Plaatsnamenboek  (1989 ;  en  latere  edities)  hebben  samengesteld  //  er  zit  ook  veel  ondeugdelijk  materiaal  tussen .   Dat  ligt  niet  zozeer  aan  hun  ijverig  verzamelen ,  als-wel  aan  het  povere  [kennis-]nivo  van  dit  (ondergewaardeerde  en  onbegrepen)  vakgebied  en  meer  algemeen  zelfs  ook  aan  het  “vergelijkbare”  nivo  van  de  historise  (vergelijkende)  taalkunde .

Het  is  ronduit  bedroevend ;  en  (in  dat  opzicht)  zo-ook  hun/het  resultaat .

Het  is  nu  algemeen  standaard  de  “oudste  vormen”  van  een  plaats-naam  te  achter-halen  en  daarop  zijn  etymologie  te  baseren .   Dat  is  echter  slechts  een  zeer  schamele  basis  om  een  etymologie  op  te  baseren .   Men  moet  namelijk  ook  zijn  bron  “waarderen”  (- in  [minimaal]  5  betekenissen -) :

⦁    ¿  wie  schreef  het  (neer)  ?   (- ¿ en  voor  wie ? -)

⦁    ¿  is  de  optekening  origineel  /  authentiek  ?

⦁    ¿  in  welke  taal  is  de  naam  opgetekend  ?

⦁    ¿  op  welk  object  (“plaats”)  heeft  de  naam  betrekking  ?

⦁    ¿  begrijp  ik  de  taal  waarin  die  naam  geschreven  [staat]  wel  goed  ? ;   ¿  begrijp  ik  ook  de  context  waarin  die  naam  optreedt  ?

Het  is  gebruikelijk  binnen  de  nederlandse  taalkunde  het  “frieze  element”  in  geografise  namen  in  onder  andere  Holland  te  veronachtzamen  of  zelfs  te  ontkennen .   ¿  Is  het  u  ooit  opgevallen  dat  wij  van  Nij-megen  spreken   in-plaats  Nieuw-megen  ?   Merk  hierbij  op  :   ik  beweer  niet  dat  Nijmegen  een  friese  naam  is  //  maar  zij  draagt  wel  een  fries element  in  zich :   nij  =  nieuw.

Maar   − zult  u  misschien  denken −   ¿  in  Nijmegen  waren  toch  geen  Friezen  woonachtig  ?  ¿  Hoe  kan  dat   (: een frieze naam)  ?   Deze  vraag  behandel  ik  hier  [nu]  niet  //  maar  wil  er  wel  op  wijzen ,  dat  hoe  een  taal  vast-gelegd  is  in  schrift ,  invloed  heeft  op  haar  latere  verschijnings-vorm  (codificatie)   (- waarmee  ik  overigens  niet  wil  suggereren  dat  er  geen  “friezen”  in  Nijmegen  gewoond  zouden  (kunnen)  hebben  en  betrokken  waren  in  de  naam-geving -)   (- en  men  bedenke :   een  “traditie”  kan  ooit  eens  doorbroken  zijn  geweest  -) .

Voorts  dient  men  te  weten ,  dat  ik  in-plaats  van  het  begrip  “fries”  de  term  “friezoons”  (frizoons)  hanteer  overeenkomstig  het  middeleeuws-latijnse  gebruik   (- de  “Friezen”  in  de  Annales  Egmundenses  (uitgave  2007)  heten  daarin   niet Friezen ,  maar  Friesonen  /  Frizonen  (!)   (- zo  bij-voorbeeld -) :

« Anno.M.c.lv.  Fresones  de  drechterne  fines  comitatus  Holtlandenis  invadentes.  villas  quasdam  exusserunt .   unde  procedentes  ad  villam  quę  saden  dicitur  pervenerunt . »

in  vertaling  van  M  Gumbert-Hepp  en  JP  Gumbert  (bz. 220-221) :

« In  het  jaar  1155  zijn  de  Friezen  van  Drechterland  het  gebied  van  het  graafschap  Holland  binnengevallen  en  zij  hebben  een  paar  dorpen  in  de  as  gelegd ,  vandaar  gingen  zij  verder  en  bereikten  de  plaats  Saden  geheten . »

In  hun  noot  bij  Saden  schrijven  zij :

« Zaanden ,  verdwenen  dorp  ten  zuiden  van  Zaandam . »

Ik  vertaal  daaren-tegen  Fresones  liever  met  Friesonen  /  Frizonen ,  aangezien  deze  vorm  dichter  bij  het  origineel  staat ;   Frisiæ  zijn  de  “echte”  Friezen  uit  de  romeinse  periode .

Een  speciaal  probleem  in  de  kust-regio  (- maar  niet  alleen  dààr -)  is  dat  het  landschap  grote  veranderingen  heeft  ondergaan .   De  continuïteit  van  bewoning  wordt  niet  door  de  overlevering  van  een  bepaalde  naam  bewezen ,  maar  door  de   combinatie   van  “permanente”  bewoning  en  de  continuïteit  in  naamgeving  voor  die  plaats .

Deze  “drassige  bodem/ondergrond”  voor  het  verklaren  van  geografise  namen  geldt  met  name  voor  water-lopen  die   – in  natuurlijke  omgeving −   “zomaar”  hun  bedding  konden  verleggen .   Plaats-namen  die  in  hun  naam  naar  een  rivier  verwijzen ,  dienen  derhalve  extra  omzichtig  behandeld  te  worden .

Als  ik  een  verklaring  tegen-kom  die  naar  mijn  mening  “goed”  (deugdelijk)  is  //  zal  ik  ernaar  verwijzen  met  een  koppe(l)-link   (- dat  scheelt  werk ,  hoop  ik -) ;   (- maar  ook  als  ik   denk  dat  er  “niet  zo  handige”  (domme)  dingen  staan :   om  er  van  te  leren -).

Advertisements

Posted December 12, 2014 by arvteg in Uncategorized

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: